Vrijheid of alleen de broncode? Het verschil tussen GNU-software en open source
Maar er is een probleem. Xerox heeft de broncode van de driver niet vrijgegeven. Stallman kan de software niet inzien, niet aanpassen, niet verbeteren. Hij heeft de printer gekocht, hij staat in zijn lab, maar hij mag er niet vrijelijk mee werken. Hij is afhankelijk van een bedrijf dat hem de gereedschappen niet geeft om zijn eigen printer volledig te bedienen.
Stallman hoort dat een onderzoeker elders wél over de broncode beschikt en vraagt ernaar. Het antwoord is een beleefde weigering: er is een geheimhoudingsovereenkomst getekend. De man mag de code niet delen.
Voor Stallman is dit geen technisch ongemak. Het is een morele schending. En het zaait het zaadje voor een van de meest invloedrijke bewegingen in de geschiedenis van de informatica.
"We need a better license" — het GNU-project wordt geboren
In 1983 kondigt Stallman het GNU-project aan, met als doel een volledig vrij besturingssysteem te bouwen. GNU staat voor GNU's Not Unix — een verwijzing naar het populaire Unix-systeem, maar dan zonder de beperkingen. Een jaar later schrijft hij de GNU Manifesto, een pamflet dat uitlegt waarom software vrij moet zijn.
Vrij — maar wat betekent dat precies?
Stallman is hier uiterst precies in. Hij gebruikt het Engelse woord free niet in de zin van gratis (free as in free beer), maar in de zin van vrijheid (free as in free speech). Hij omschrijft vier fundamentele vrijheden die gebruikers zouden moeten hebben:
- De vrijheid om het programma te gebruiken voor elk doel.
- De vrijheid om te bestuderen hoe het programma werkt, en het aan te passen aan je eigen behoeften. Toegang tot de broncode is hiervoor een voorwaarde.
- De vrijheid om kopieën te verspreiden
- De vrijheid om verbeterde versies te distribueren, zodat de hele gemeenschap er baat bij heeft.
Software die aan deze vier criteria voldoet, noemt Stallman vrije software (free software). Software die dat niet doet — ook al is de broncode beschikbaar — is in zijn ogen nog altijd onvrij.
De GNU GPL: een licentie als wapen voor vrijheid
Om deze vrijheden te waarborgen, ontwikkelt Stallman de GNU General Public License (GPL). Het is een ingenieus juridisch instrument, gebaseerd op een principe dat hij copyleft noemt.
Waar normaal auteursrecht (copyright) bepaalt wat je niet mag doen met andermans werk, draait de GPL dit om: je mag de software gebruiken, kopiëren, aanpassen en verspreiden — maar alleen als je dezelfde vrijheden doorgeeft aan de volgende gebruiker. Als je GPL-software aanpast en verspreidt, moet jouw versie ook onder de GPL vallen.
Dit is geen toeval. Het is een bewuste keuze om te voorkomen dat bedrijven vrije software kunnen inpikken, aanpassen en als gesloten, propriëtaire software terugverkopen. De vrijheid moet, zo stelt Stallman, viraal zijn. Ze mag niet verdwijnen zodra commerciële belangen om de hoek komen kijken.
“Je kunt onze vrijheid gebruiken, maar je mag haar niet afpakken van anderen.”
Open source: dezelfde code, een andere filosofie
In 1998 breekt er een schisma uit in de wereld van vrije software. Netscape besluit de broncode van zijn Navigator-browser vrij te geven. Een groep ontwikkelaars en denkers — onder wie Eric Raymond en Bruce Perens — ziet een kans.
Ze willen bedrijven aanmoedigen om broncode vrij te geven, maar vrezen dat de politiek geladen taal van Stallman ("vrijheid", "ethiek", "morele plicht") bedrijven afschrikt.
Ze richten de Open Source Initiative (OSI) op en introduceren een nieuwe term: open source.
De Open Source Definition stelt ook eisen aan licenties, maar de nadruk ligt anders. Open source gaat over een ontwikkelmodel: transparante code, samenwerking, en de praktische voordelen daarvan — betere kwaliteit, snellere innovatie, minder bugs.
Cruciaal verschil: de open source-beweging staat ook permissieve licenties toe, zoals de MIT-licentie en de BSD-licentie. Onder deze licenties mag je broncode nemen, aanpassen, en de gewijzigde versie als gesloten, propriëtaire software verkopen. Je hoeft de vrijheden niet door te geven.
Apple's macOS is gebouwd op een BSD-kern. Android gebruikt een Linux-kern (GPL), maar omringt die met propriëtaire lagen. Talloze commerciële producten zijn gebouwd op open source-fundamenten, zonder dat de eindgebruiker ook maar één recht heeft op de broncode van het eindproduct. Met vrijheid heeft open source dus helemaal niks te maken!
Het fundamentele verschil: gereedschap versus vrijheid
Stallman is helder over zijn bezwaren tegen de term "open source". In zijn ogen verplaatst het de discussie van het essentiële naar het bijkomstige.
Open source vraagt: Is de broncode beschikbaar?
Vrije software vraagt: Heeft de gebruiker vrijheid?
Dat klinkt als een subtiel onderscheid, maar het heeft verstrekkende gevolgen. Stallman beschouwt softwarevrijheid niet als een technische eigenschap, maar als een ethische kwestie.
Wanneer een gebruiker software niet kan bestuderen, aanpassen of delen, heeft een derde partij — een bedrijf, een overheid — macht over zijn digitale leven. Die macht is onacceptabel, ongeacht of de code mooi geschreven is of niet.
Open source-voorstanders zien dit anders. Voor hen is openheid van broncode al een enorme stap vooruit. De vraag wie de broncode mag inzien en aanpassen, is secundair aan het feit dát het kan.
Bovendien, zo redeneren zij, dwingt de markt bedrijven al in de goede richting: open code leidt tot vertrouwen, en vertrouwen is goed voor business.
Programmeren voor de vrijheid
In de praktijk overlappen de twee bewegingen voor een groot deel. Linux — de kernel die Linus Torvalds in 1991 uitbracht onder de GPL — is vrije software.
De meeste grote open source-projecten (Python, Firefox, WordPress) vallen ook onder de definitie van echt vrije software.
Maar de grens wordt zichtbaar bij de keuze van de licentie. Een project dat kiest voor de MIT-licentie is open source, maar is niet vrij, omdat een volgende partij die vrijheden kan afpakken.
Een project onder de GPL is beide: open source én vrij.
De discussie is niet alleen academisch. In een wereld waarin software alles aandrijft — van je telefoon tot je auto tot medische apparatuur — gaat de vraag over wie de controle heeft over onze digitale infrastructuur ons allemaal aan.
De erfenis van een printer
Stallman werkt nog altijd aan zijn missie. Hij rijdt de wereld over met een laptop waarop uitsluitend volledig vrije software draait. Hij weigert smartphones en diensten die niet aan zijn vrijheidseisen voldoen.
Het begon allemaal met een printer die vastzat. Met een broncode die niet gedeeld mocht worden. Met een besef dat technologie niet neutraal is — dat de regels waarmee software wordt verspreid, bepalen wie er macht heeft en wie niet.
"We need a better license," zei Stallman in feite tegen de wereld. En hij bouwde er een. Deze beweging heeft de moderne softwareontwikkeling voor altijd veranderd.